Jongeren delen hun locatie, maar bepalen zelf de grenzen
Deze studie onderzoekt hoe jongeren omgaan met digitale locatietracking (DLT) door ouders en vrienden. Uit 21 focusgroepen in België, met 147 jongeren van 13–16 jaar, blijkt dat jongeren zelf regels opstellen gebaseerd op autonomie en veiligheid. DLT-toegang is voorbehouden voor vertrouwenspersonen, moet tijdelijk zijn en is bedoeld om alledaagse locaties te tonen. Jongeren gebruiken humor, blokkeren toegang of ontwijken tracking om grenzen te stellen. Jongeren accepteren én verzetten zich tegen DLT, waarbij ze de surveillantiecultuur zowel normaliseren en in vraag stellen evenals stereotypes reproduceren en uitdagen.
Studie over
jongeren
Onderzoeksmethode(n)
Focusgroepen
Medium/technologie
Surveillance-technologie
Soort publicatie
Wetenschappelijk artikel
Tags
Jongeren
Privacy
gender
digitale locatietracking
Kerninzichten
Jongeren vinden het meestal oké om hun locatie te delen, maar alleen onder drie voorwaarden:
Ze doen dit vooral met mensen die ze vertrouwen, zoals ouders of goede vrienden. Het idee dat jongeren hun locatie altijd met iedereen delen, klopt niet. In werkelijkheid stellen ze duidelijke grenzen aan wie toegang krijgt en hoe die informatie gebruikt wordt.
Jongeren accepteren locatie delen vooral om gewone dagelijkse activiteiten te bevestigen, zoals onderweg zijn naar school of veilig thuisgekomen zijn. Ze vinden het niet de bedoeling om voortdurend nieuwe informatie over hun leven te verzamelen.
Locatie delen mag volgens jongeren niet betekenen dat iemand hen voortdurend volgt. In plaats daarvan verwachten jongeren dat DLT plaatsvindt wanneer ze bijvoorbeeld niet bereikbaar zijn, laat op stap zijn, of elkaar vlot willen terugvinden.
Jongeren gebruiken drie verschillende manieren om die grenzen duidelijk te maken. Ze maken er soms grapjes over, trekken toegang weer in of zoeken manieren om controle te houden over wanneer hun locatie zichtbaar is.
Veiligheid speelt een grote rol. Veel jongeren zien de wereld als een plek waar vervelende of onveilige situaties zouden kunnen plaatsvinden. Voornamelijk meisjes geven aan zich hierdoor bewust te zijn van mogelijke risico’s. Daardoor zien veel jongeren locatie delen als een hulpmiddel dat een gevoel van veiligheid geeft. Ze begrijpen ook waarom ouders zich zorgen maken en willen vaak meewerken aan die behoefte aan veiligheid.
Tegelijk twijfelen veel jongeren eraan of locatie delen echt helpt in een noodsituatie. Het geeft vooral geruststelling, eerder dan dat het daadwerkelijk problemen oplost. De onderzoekers noemen dit gevoel van geruststelling “verbonden veiligheid” (connective safety): het idee dat locatie delen veiligheid biedt, ook als de praktische bescherming beperkt is.
Jongeren zijn geen passieve gebruikers van technologie. Ze onderhandelen voortdurend over regels en verwachtingen met ouders en vrienden.
De studie laat ook zien dat genderstereotypen een rol spelen. Jongeren nemen sommige ideeën over risico en veiligheid over, maar stellen die ook in vraag. Zo vinden velen dat meisjes beter voor zichzelf kunnen opkomen dan vaak wordt aangenomen.
Tot slot waarschuwen de onderzoekers dat locatie delen niet de oplossing is voor onveiligheid. Wanneer deze technologie als standaard veiligheidsmaatregel wordt gezien, kan dat de verantwoordelijkheid te veel bij jongeren en ouders leggen, terwijl bredere maatschappelijke oorzaken van onveiligheid minder aandacht krijgen.
Dereymaeker, J., De Leyn, T., Devos, E., & De Wolf, R. (2026). Intimate surveillance of the ordinary : youth’s negotiation of digital location tracking with parents and peers. JOURNAL OF COMPUTER-MEDIATED COMMUNICATION, 31(3). https://doi.org/10.1093/jcmc/zmag010
Onderzoek in de kijker
Elke maand komen er in Vlaanderen gemiddeld 16 nieuwe papers en publicaties uit rond media en communicatie. We selecteren voor jou enkele markante publicaties.