.jpg)
Hoewel er steeds meer positief bedoelde, lichaamsgerichte content op sociale media verschijnt, is het onduidelijk hoe interacties met deze content samenhangen met het positieve en negatieve lichaamsbeeld van jongeren. Deze studie onderzocht hoe dergelijke interacties invloed hebben op het zelfbeeld van jongeren aan de hand van een cross-sectioneel onderzoek (n = 690, gemiddelde leeftijd 16,41 jaar, 56% meisjes). Het ontvangen van positieve opmerkingen over uiterlijk hing samen met meer zelfliefde, maar ook met meer zelfobjectivering, het overnemen van schoonheidsidealen en het vergelijken van uiterlijk met anderen. Het plaatsen van Body Positivity (BoPo) content was ook gekoppeld aan negatieve effecten zoals meer zelfobjectivering. Dit laat zien dat goedbedoelde content kan samenhangen met een positief en een negatief zelfbeeld.
Dit onderzoek bekijkt hoe drie soorten interacties met positieve, lichaamsgerichte content op sociale media samenhangen met het lichaamsbeeld van jongeren. De interacties die onderzocht werden, zijn: het ontvangen van positieve opmerkingen over uiterlijk van peers, het bekijken van BoPo-content en het plaatsen van BoPo-content. Daarbij werd zowel gekeken naar positieve lichaamsbeeldcomponenten (bijvoorbeeld lichaamswaardering) als negatieve componenten (zoals zelfobjectivering, het overnemen van schoonheidsidealen en het vergelijken van het uiterlijk met anderen).
Het ontvangen van positieve opmerkingen over het uiterlijk op sociale media hangt samen met een positiever lichaamsbeeld, zoals meer waardering van het eigen lichaam. Tegelijkertijd zijn er ook verbanden met negatieve gevolgen, zoals meer zelfobjectivering, het overnemen van schoonheidsidealen en het vergelijken van uiterlijk met anderen. Dit benadrukt dat goedbedoelde opmerkingen een dubbel effect kunnen hebben.
Het bekijken van BoPo-content op sociale media hangt samen met alle negatieve lichaamsbeeldcomponenten: meer zelfobjectivering, het overnemen van schoonheidsidealen en meer vergelijkingen met het uiterlijk van anderen. Elementen zoals seksualisering en zelfpromotie in deze content kunnen een rol spelen in het versterken van deze negatieve associaties, ondanks de positieve intenties van de content.
Het bekijken van BoPo-content hing niet samen met meer lichaamswaardering, terwijl het ontvangen van positieve opmerkingen van peers dit wel deed. Dit kan komen doordat opmerkingen direct gericht zijn op de jongere zelf, terwijl BoPo-content vaak algemene en minder persoonlijke boodschappen bevat.
Er werden geen duidelijke verbanden gevonden tussen het posten van BoPo-content en lichaamsbeeld, mogelijk door drie redenen: (1) jongeren posten zelden BoPo-content, waardoor er weinig data is; (2) de feedback die zij ontvangen op hun posts speelt een grotere rol dan het posten zelf; en (3) gevoeligheidsfactoren zoals AES (gevoeligheid voor esthetiek) en geslacht kunnen de impact van het posten modereren.
Jongeren met een hoge AES en meisjes lijken minder kwetsbaar te zijn voor negatieve invloeden van het posten van BoPo-content. AES kan mogelijk dienen als buffer tegen negatieve effecten, zoals het overnemen van schoonheidsidealen. Toekomstig onderzoek zou meer moeten kijken naar individuele eigenschappen zoals AES en persoonlijkheid om te begrijpen welke jongeren het meest vatbaar zijn voor positieve of negatieve effecten van lichaamsgerichte content. Om dit beter te begrijpen, is longitudinaal onderzoek nodig om causale verbanden te onderzoeken.
BoPo-content die door influencers wordt gedeeld, bevat vaak zelfpromotie, zoals posts die gericht zijn op het verzamelen van likes. Dit kan de positieve boodschap van de content ondermijnen. Verder kan het bewerken van content, zoals filters of aanpassingen, bijdragen aan negatieve effecten zoals zelfobjectivering. Toekomstig onderzoek kan deze elementen verder onderzoeken, evenals de invloed van BoPo-content op andere platforms zoals Instagram.
Onderzoekers moeten rekening houden met hoe jongeren positieve lichaamsgerichte content interpreteren. Platforms kunnen algoritmes aanpassen om schadelijke content te verminderen en meer positieve, gezonde berichten zichtbaar te maken. Mediawijsheidprogramma’s kunnen jongeren en contentmakers, zoals influencers, leren hoe ze content kunnen creëren die echt bijdraagt aan een gezond lichaamsbeeld.
Media Psychology Lab, Department of Communication Sciences, Faculty of Social Sciences, KU Leuven
Media & Tourism Research, PXL University of Applied Sciences and Arts
GAME (Learning, Media and Entertainment), Faculty of Information and Communication Sciences, Universitat
Oberta de Catalunya (UOC)
Vranken, I., Schreurs, L., Blasco, M. M., & Vandenbosch, L. (2025). Unraveling the positive and negative roles of positive body-focused social media interactions in adolescents’ body image. Cyberpsychology: Journal of Psychosocial Research on Cyberspace, 19(5), Article 4. https://doi.org/10.5817/CP2025-5-4
Elke maand komen er in Vlaanderen gemiddeld 16 nieuwe papers en publicaties uit rond media en communicatie. We selecteren voor jou enkele markante publicaties.
Nieuw onderzoek en inzichten rond media in Vlaanderen in je mailbox?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!
Volg ons op LinkedIn.
Jouw onderzoek toevoegen? Geef het hier door.


