Educatieve televisie helpt kinderen minder genderstereotiep te denken
De experimentele studie onderzoekt hoe educatieve televisie met diverse en niet-stereotiepe genderbeelden de genderattitudes en overtuigingen van 9- tot 12-jarige kinderen kan beïnvloeden. De kinderen keken naar een aflevering van ‘De Dokter Bea Show’ over gender. De hoofdboodschap van de aflevering is dat je, ongeacht of je een meisje of jongen bent, mag wie je wilt zijn en mag doen wat je graag doet. Het kijken naar de aflevering verminderde het gender essentialistisch denken van kinderen en verhoogde hun acceptatie van leeftijdsgenootjes die niet voldoen aan de gendernormen. Ook stonden ze er meer voor open om vrienden met hen te zijn. Een klassikale nabespreking van de aflevering had echter geen extra impact. Deze studie suggereert dat een eenmalige blootstelling aan mediabeelden een grotere invloed kan hebben op attitudes en overtuigingen dan eerder werd gedacht.
Studie over
Kinderen (6-12 jaar)
Onderzoeksmethode(n)
Experiment
Medium/technologie
Televisie/video
Soort publicatie
Wetenschappelijk artikel
Tags
Attitudes
gender
onderwijs
traditionele media
Kerninzichten
Educatieve televisie vermindert gender essentialistisch denken bij 9- tot 12-jarige kinderen en vergroot hun acceptatie van gender non-conforme leeftijdsgenootjes: Het kijken naar een educatief televisieprogramma met niet-stereotiepe genderbeelden had een positief effect op hoe kinderen denken over gender. Het verminderde hun gender essentialistisch denken, wat betekent dat de kinderen minder geneigd waren te geloven dat er vaste en onveranderlijke verschillen en voorkeuren zijn tussen jongens en meisjes op biologisch en psychologisch vlak. Daarnaast waren de kinderen meer open en accepterend naar leeftijdsgenoten die niet voldoen aan de traditionele gendernormen. Deze resultaten tonen aan dat zelfs een enkele blootstelling aan dit soort media-inhouden een impact kan hebben. Verder onderzoek kan nagaan of zo’n enkele blootstelling een langdurig effect kan teweeg brengen.
Geen effect op genderstereotypen over beroepen en activiteiten: In tegenstelling tot eerder onderzoek bij jongere kinderen, had de aflevering geen invloed op de overtuiging van 9- tot 12-jarige kinderen dat bepaalde beroepen en activiteiten meer geschikt zouden zijn voor het ene geslacht dan voor het andere. Al vóór het bekijken van de aflevering kenden de kinderen beroepen en activiteiten toe aan zowel mannen als vrouwen. Er kan dus sprake van een ‘plafondeffect’, aangezien de kinderen voorafgaand aan het experiment al een flexibele kijk hadden. Mogelijks zien kinderen vanaf een jonge leeftijd reeds heel wat counter-stereotiepe voorbeelden van beroepen en activiteiten in hun omgeving waardoor de specifieke aflevering weinig bijkomende invloed had.
De Belgische context moet in rekening genomen worden: De liberale houding van België ten opzichte van gender issues, de focus van België op gendergelijkheid en LGBTQ-rechten en de sterke egalitaire kijk van Belgische tieners op gender hadden mogelijks een belangrijke invloed. Dergelijke context mag niet genegeerd worden bij het interpreteren van de resultaten. Deze liberale context, vaak ook in een bepaalde mate weerspiegeld door ouders, leerkrachten en Belgische televisie, kan ervoor zorgen dat kinderen ontvankelijker zijn voor de gender gerelateerde mediaboodschappen, waardoor de effecten van het programma mogelijks sterker zijn dan in minder liberale contexten.
Een klassikale nabespreking versterkt de effecten niet: Hoewel verwacht werd dat een klassikale nabespreking van de aflevering de effecten van het bekijken van de aflevering zouden versterken, gebeurde dit niet. Een mogelijke reden kan zijn dat er polarisatie optrad en dat de aflevering de bestaande gender attitudes en overtuigingen van de kinderen versterkte. Kinderen die al positief stonden tegenover de kernboodschap van de aflevering of zich comfortabel voelden bij het onderwerp, waren waarschijnlijk meer geneigd om deel te nemen aan het klasgesprek, terwijl bij andere kinderen de kernboodschap net meer weerstand opwekte, zowel bij het kijken naar de aflevering als tijdens het klasgesprek. Dit is in lijn met de bekrachtigingstheorie en de theorie van cognitieve dissonantie, die stellen dat personen meer geneigd zijn om informatie die hun bestaande overtuigingen tegenspreekt te negeren of af te wijzen.
Andere settings kunnen effectiever zijn voor dergelijke gesprekken: Het onderzoek suggereert dat een klasomgeving misschien niet de beste plek is om gevoelige onderwerpen zoals gender te bespreken. Andere settings, zoals bijvoorbeeld een een-op-eengesprek met ouders thuis, kunnen mogelijks effectiever zijn. Verder onderzoek kan de impact van dergelijke settings onderzoeken.
Laporte, H. (2024). Educational television in school and Flemish preadolescents’ gender attitudes and beliefs: An experimental study. Journal of Children and Media, 18(4), 449-471.
Onderzoek in de kijker
Elke maand komen er in Vlaanderen gemiddeld 16 nieuwe papers en publicaties uit rond media en communicatie. We selecteren voor jou enkele markante publicaties.