Door digitalisering is niet alleen de manier waarop media worden gemaakt en verspreid veranderd, maar ook hoe we media gebruiken. Dit onderzoek stelt een overzichtelijke indeling voor om mediagebruik beter te begrijpen. Het introduceert het idee van ‘individuele mediagebruiksmomenten’: aparte situaties van mediagebruik, beïnvloed door inhoud, platform, drager en context. Deze momenten vormen samen mediagewoontes. Hoewel het model vooral voor digitale media is gemaakt, kan het ook toegepast worden op analoge media. Dit helpt onderzoekers en mediabedrijven media gebruik beter te bestuderen.
Studie over
Mediagebruik
Onderzoeksmethode(n)
Literatuurstudie
Medium/technologie
Digitale media
Soort publicatie
Wetenschappelijk artikel
Tags
Mediagebruik
Mediabeleving
traditionele media
digitale media
publiek
Kerninzichten
Inleiding
Digitalisering heeft niet alleen beïnvloed hoe media worden gemaakt en verspreid, maar ook hoe mensen media gebruiken.
Het begrip ‘mediagebruik’ is hierdoor moeilijker te definiëren, wat een uitdaging vormt voor onderzoekers, mediabedrijven en organisaties die mediagebruik meten.
Dit onderzoek wil een duidelijk model bieden om mediagebruik beter te begrijpen.
De viervoudige articulatie van media
Mediagebruik kan worden opgesplitst in vier onderdelen:
Inhoud: Wat mensen zien, lezen of horen (bijvoorbeeld een video of artikel).
Boodschap
Genre
Zender
Vorm
Platform: Waar de inhoud wordt gebruikt (zoals Instagram, Netflix of een krant).
Drager: Het apparaat waarop de media worden gebruikt (bijvoorbeeld een telefoon, tablet of televisie).
Input: het apparaat dat nodig is om media-inhouden te raadplegen of activeren.
Output: het apparaat dat de media-inhoud weergeeft.
Context: De situatie waarin iemand media gebruikt (zoals thuis, onderweg of op school).
Intentie: expliciet, impliciet en afwezigheid van intentie
Betrokkenheid
Tijd
Locatie
Sociale context
Deze vier onderdelen samen bepalen hoe mensen media ervaren en gebruiken.
Een stap vooruit
De studie introduceert het idee van ‘individuele mediagebruiksmomenten’: kleine, specifieke momenten van mediagebruik die worden gevormd door de vier onderdelen (inhoud, platform, apparaat en context).
Deze momenten zijn de bouwstenen van mediarepertoires. Dit betekent dat de optelsom van al deze kleine momenten laat zien hoe iemand media gebruikt in het dagelijks leven.
Hoewel dit model vooral bedoeld is voor digitale media, kan het ook toegepast worden op traditionele media, zoals tv of kranten, als je het goed aanpast.
Conclusie
Het onderzoek biedt een helder model om mediagebruik beter te begrijpen door het op te splitsen in vier onderdelen en kleine gebruiksmomenten. Dit helpt onderzoekers en mediabedrijven om mediagebruik beter te analyseren, zowel bij digitale als analoge media.
Deze paper is het resultaat van een eenjarig onderzoek naar crossmediagebruik in Vlaanderen, uitgevoerd door de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Naar aanleiding van het onderzoek werd ook een media.dossier opgesteld rond crossmediagebruik in Vlaanderen. Dit dossier, samen met het onderzoek, kan je hier raadplegen.
Van Damme, K., & Evens, T. (2025). Extending the quadruple articulation framework to study media use moments : deconstructing content, platform, device and context. POETICS, 113. https://doi.org/10.1016/j.poetic.2025.102058
Onderzoek in de kijker
Elke maand komen er in Vlaanderen gemiddeld 16 nieuwe papers en publicaties uit rond media en communicatie. We selecteren voor jou enkele markante publicaties.