
Desinformatie blijft ook anno 2025 een probleem dat hoog op de agenda staat. Door de komst van generatieve AI is het makkelijker dan ooit om neppe beelden, berichten of stemmen te genereren, en valse informatie op grote schaal de wereld in te sturen. Voor de ontvangers van die informatie wordt het steeds moeilijker echt en nep van elkaar te onderscheiden. In het verleden werden factcheck- en mediawijsheidsinitiatieven op poten gezet om het publiek weerbaarder te maken en valse informatie de wereld uit te helpen.
Hoewel die initiatieven zeker waardevol zijn, benadrukt mediaonderzoek des te meer dat een gelaagde aanpak nodig is. We moeten zowel ons oor te luisteren leggen bij het individu en gerichter inspelen op specifieke noden en vaardigheden van verschillende segmenten in de samenleving (microniveau), als begrijpen hoe het medialandschap en onze culturele omgeving inspelen op de verspreiding van en weerbaarheid tegen desinformatie (macroniveau). Ook interventies op marktniveau zijn dus nodig.
Daarnaast bevestigen onze inzichten opnieuw hoe socialemediaplatformen de nieuwsproductie en het nieuwsgebruik van Vlamingen ingrijpend hertekenen. Nieuwsredacties voelen zich genoodzaakt hun werkwijze af te stemmen op platformspecifieke richtlijnen en entertainmentlogica’s, en dit om zichtbaar te blijven in een competitieve informatieomgeving. Dit brengt potentiële implicaties met zich mee voor journalistieke integriteit, rolopvattingen en autonomie.
Samen benadrukken deze ontwikkelingen de nood aan een kritische reflectie over hoe journalistiek zijn maatschappelijke rol kan blijven vervullen binnen een ecosysteem dat gedomineerd wordt door platformen.
INZICHT 1:
Niet alle Vlamingen vinden het een probleem om regelmatig te twijfelen over wat echt of nep is online.
Zowel de impact van als de strijd tegen desinformatie blijft ook in 2025 een actueel thema. De Vlaming (h)erkent de gevaren van valse of misleidende informatie, wat leidt tot een gestaag groeiende bezorgdheid of twijfel over nieuws op het internet. Waar twijfel over nieuws of informatie in de eerste plaats negatief of ongewenst lijkt - een voorloper of onderdeel van wantrouwen - benadrukt recent Vlaams mediaonderzoek dat twijfel niet in alle gevallen problematisch hoeft te zijn.
Hoewel veel Vlamingen twijfel wel degelijk als iets onaangenaams ervaren, dat hen machteloos, angstig of boos doet voelen; vinden anderen het net nuttig om af en toe te twijfelen. Het helpt hen om zaken in vraag te stellen, en kritisch of nieuwsgierig te blijven ten aanzien van traditioneel en online nieuws. Twijfel wordt beschouwd als een voortdurend aanwezig en normaal onderdeel van hun nieuwsperceptie.
Hoe mensen twijfel ervaren, is afhankelijk van een resem aan factoren. Het hangt af van de inhoud van de informatie (bijvoorbeeld politiek of impactvol nieuws tegenover een fait-divers uit de showbizz) maar ook hoe zelfzeker iemand zich voelt om echt en nep van elkaar te kunnen onderscheiden. Dit toont aan dat ieder individu unieke, contextgebonden noden en behoeften heeft in de omgang met desinformatie. Niet alle nieuwsgebruikers vinden het bijvoorbeeld nodig hun twijfel onmiddellijk weg te nemen met behulp van een factcheck. Een uniforme aanpak hanteren in de strijd tegen desinformatie miskent die unieke noden.
Hoewel twijfel op zich geen probleem hoeft te zijn, wordt dit wel problematisch wanneer iemand twijfel ervaart als onprettig, iemand langdurig blijft twijfelen zonder oplossing, of wanneer twijfel opstapelt en uitgroeit tot fundamenteel wantrouwen. Gerichte strategieën ontwikkelen die dit tegengaan, vereist meer inzicht in dit proces van twijfel. Ook is het nodig dat we ons oor sneller te luisteren leggen bij deze Vlamingen.
INZICHT 2:
In een duurzame mediaomgeving blijven mensen meer gespaard van desinformatie.
In (onderzoek naar) de strijd tegen desinformatie wordt veel aandacht besteed aan initiatieven zoals het vergroten van de mediawijsheid van het publiek of de brede verspreiding van factchecks. En dat is zeker niet helemaal onterecht: recent Vlaams onderzoek toont aan dat het bevestigen of ontkennen van een uitspraak met een factcheck helpt om desinformatie te corrigeren. Dit effect is er al wanneer de bevestiging of ontkenning in de kop staat. Dat is goed nieuws: een grootschalige survey concludeerde dat factchecks steeds vaker onderdeel vormen van Vlamingen hun nieuwsdieet. Anderzijds neemt slechts een minderheid effectief de tijd om die (grondig) te lezen.
Onderzoek toont ook aan dat factchecking op lange termijn weinig impact heeft op langdurig vertrouwen in de nieuwsmedia, zowel niet in de positieve als de negatieve zin. Hoewel nuttig, worden met factcheck- en mediawijsheidsinitiatieven het probleem en de oplossing in de eerste plaats bij de gebruiker gelegd: deze moet zich bijscholen, kritischer zijn, desinformatie kunnen herkennen, en bij twijfel hun weg vinden naar betrouwbare informatie of factchecks.
Recent Europees onderzoek wijst erop dat die interventies op microniveau niet voldoende zijn, en moedigt aan tot interventies op marktniveau (macroniveau). Financieel gezonde nieuwsmarkten blijken namelijk beter weerbaar tegen desinformatie. In nieuwsmarkten die financieel robuust en institutioneel goed ondersteund zijn, met een divers en kwalitatief sterk media-aanbod en een publiek dat nieuws actief consumeert en vertrouwt, is de kans kleiner dat mensen aangeven desinformatie tegen te komen. Tegelijk benadrukt ander onderzoek dat dergelijke oplossingen cultuur- en contextgevoelig moeten worden vormgegeven. Dezelfde desinformatiecampagnes kunnen mogelijk uiteenlopende effecten hebben in verschillende regio’s en socio-culturele omgevingen.
INZICHT 3:
Journalisten moeten steeds meer schipperen tussen hun rol als informatieverstrekker en hun rol als publiekstrekker.
Socialemediaplatformen hebben fundamenteel veranderd hoe nieuws wordt geproduceerd en verspreid. Nieuws op sociale media ziet er niet alleen visueel anders uit dan ‘traditioneel’ nieuws, ook achter de schermen nemen socialemediajournalisten een unieke plek in op nieuwsredacties.
Studies tonen aan hoe ‘traditionele’ journalisten en socialemediajournalisten een andere logica hanteren bij het produceren van nieuwscontent. Terwijl traditionele (print)journalisten werken met strikte formats en gezette richtlijnen, krijgt het socialemediateam veel vrijheid en autonomie van de redactie. De nieuwigheid en onbekendheid van het platform laat socialemediajournalisten toe volop te experimenteren en innoveren. Het doel? De nieuwsinhouden die ze publiceren zo viraal mogelijk laten gaan om naamsbekendheid te creëren voor het merk en loyaliteit op te bouwen bij jonge doelgroepen. Het is een langetermijnstrategie, want anders dan traditionele journalistiek, die inkomsten genereert via abonnementen en advertenties, leveren TikTok en Instagram vaak geen directe inkomsten op.
Socialemediajournalisten werken zo op het snijvlak van journalistiek en marketing. Om de zichtbaarheid op sociale media te vergroten worden hashtags strategisch ingezet, creëren nieuwsorganisaties hun eigen TikTok-geluid, en wordt geïnvesteerd in aantrekkelijke visuele elementen zoals thumbnails van beroemdheden.
Ondanks de kansen die socialemediaplatformen bieden, is er ook een keerzijde aan de medaille. De autonomie die socialemediajournalisten genieten van hun redacties, wordt ingeperkt door de regels van het platform. Zo moeten ze bij elke post rekening houden met platformspecifieke richtlijnen en mogelijkheden. Een (ongeschreven) regel overschrijden kan ernstige gevolgen hebben, zoals een (tijdelijke) ban of accountbeperkingen, wat impact heeft op hun zichtbaarheid. Nieuwsorganisaties moeten hier rekening mee houden, wat druk uitoefent op hun journalistieke autonomie.
Ook de afhankelijkheid van het publiek, waar socialemediajournalisten een nauw contact mee onderhouden, speelt in op hun journalistieke keuzes. Dankzij hun grote aanwezigheid op platformen zitten ze op de eerste rij wanneer er negatief wordt gereageerd op hun nieuwscontent. De angst hiervoor beïnvloedt mee hoe socialemediajournalisten nieuws selecteren, bewerken en presenteren, en maakt dat ze met meer voorzichtigheid hun content maken. Provocerende thema’s, zinnen of afbeeldingen worden vermeden.
Hoewel onderzoek blijft benadrukken dat journalisten veel belang hechten aan journalistieke rollen die in het belang zijn voor publieke dienstverlening, zoals de rol van waakhond of de burgergerichte rol; zorgt de digitalisering en groeiende competitiedrang ervoor dat journalisten minder het gevoel krijgen die rollen naar behoren te kunnen uitoefenen. Sociale media vergroten de focus op het vermaken van het publiek, soms ten koste van diepgaande kwaliteitsjournalistiek.
De marktlogica die ze moeten hanteren, maakt dat dienstverlenende of publiekstrekkende rollen, zoals de infotainmentrol, meer op de voorgrond komen.
INZICHT 4:
Voor jongeren is nieuws steeds minder een afgebakend genre, vooral op sociale media; omdat nieuws ‘vermengd’ wordt met influencercontent.
Socialemediaplatformen spelen al langer een centrale rol in het nieuws- en mediarepertoire van de Vlaamse jeugd. Vooral Instagram en TikTok zijn uitgegroeid tot belangrijke nieuws- en informatiekanalen voor Vlaamse jongeren. Bijgevolg is nieuws voor jongeren niet meer ‘het monopolie van de traditionele journalistiek’. Wat jongeren nog als nieuws beschouwen reikt verder dan de content die gemaakt is door journalisten. 1 op 5 Vlaamse jongeren geeft bijvoorbeeld aan dat influencers een belangrijke nieuwsbron voor hen zijn. Afhankelijk van het thema verkiezen jongeren soms niet-journalistieke gelijkgestemde bronnen, zoals influencers, boven journalisten.
Dat sociale media een steeds belangrijkere plek opnemen in het nieuwsdieet van jongeren, wil echter niet zeggen dat ze informatie op sociale media even kwaliteitsvol inschatten als nieuws afkomstig van traditionele nieuwskanalen of -bronnen. De meeste jongeren geven net aan moeilijk het verschil te zien tussen betrouwbare en onbetrouwbare informatie op sociale media.
De hoofdreden waarom jongeren sociale media gebruiken, blijft vooralsnog om te scrollen en zich te ontspannen. Nieuws en informatie blijven een bijproduct op de platformen, maar worden geapprecieerd omdat het hen makkelijk op de hoogte houdt.
Jongeren maken wel onderscheid tussen de socialemediaplatformen wat nieuws betreft en schrijven er andere informatienoden aan toe. Instagram blijft het socialemediakanaal bij uitstek waarop ze nieuws consumeren. De posts lijken serieuzer, en hier hebben ze een beter inzicht over waar de informatie vandaan komt: van vrienden of specifieke nieuwsaccounts die ze volgen. Op TikTok is de bron van de informatie vaker een onbekende, ‘random’ content creator of influencer. Ze hebben weinig controle over welk nieuws ze te zien krijgen en van wie. Bovendien blijft de grens tussen nieuws en entertainment er zeer dun. Ze gebruiken het platform in de eerste plaats om inspiratie op te doen over bijvoorbeeld sporten, kledij, recepten, films, enzovoort. Het draait minder om mee te zijn met ‘hard’ nieuws, maar eerder om tips & tricks of leuke nieuwsfeitjes. Wanneer ze zich willen verdiepen in een verhaal of belangrijke informatie willen opzoeken, verkiezen ze meer waarachtige bronnen zoals VRT NWS of gaan ze gericht op zoek via Google.
Ook ouders hebben een zekere gereserveerdheid ten aanzien van TikTok als nieuwsbron. Ze bekijken het als een meer risicovol platform dat veel akelige beelden bevat, en zullen sneller hun kinderen hiervan proberen af te schermen.
De media.monitor bundelt recente inzichten uit Vlaams onderzoek naar media. De focus van deze editie ligt op onderzoek dat gepubliceerd is in het kalenderjaar 2025. De inzichten zijn een startpunt voor een constructief debat tussen beleid, onderzoek en de mediasector.
Nieuw onderzoek en inzichten rond media in Vlaanderen in je mailbox?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!
Volg ons op LinkedIn.
Jouw onderzoek toevoegen? Geef het hier door.
