
Het debat rond de impact van sociale media op ons mentaal welzijn leeft meer dan ooit. Denk maar aan het socialemediaverbod voor jongeren in Australië, en ook de discussie of smartphones nog gebruikt mogen worden op Vlaamse scholen. Idealiter biedt onderzoek uitsluitsel over in welke mate en hoe sociale media onze gemoedstoestand en mentaal welzijn beïnvloeden. Het blijft echter een zeer genuanceerd en gelaagd verhaal.
Naast de mogelijke negatieve gevolgen vragen de positieve gevolgen, vaak toegedicht aan sociale media, ook de nodige nuance. De diversiteit in lichaamsbeelden, levensbeschouwingen en seksuele oriëntaties op socialemediaplatformen blijkt tegen te vallen. Gebruikers vinden gelijkgezinden nog steeds via Instagram, TikTok en YouTube, maar het gevaar van stigmatisering en confrontatie met eenzijdige beelden loert om de hoek.
Het invasieve en vaak verslavende aspect van deze platformen speelt in op ons constant online (moeten?) zijn. Een helder raamwerk voor recht op deconnectie biedt mogelijk een oplossing. Het is op individueel niveau complex om te weten wanneer en hoe digitaal ontkoppeld mag en kan worden. Op maatschappelijk niveau rijst de vraag hoe we ons leven laten vormgeven door het digitale en hoe we mensen handvatten kunnen aanreiken om op een gezonde manier hiermee om te gaan. Verder heeft een tijdelijke detox beperkte impact op het welzijn en de levenstevredenheid. Het blijft noodzakelijk in specifieke contexten en voor groepen met een bepaalde kwetsbaarheid.
Kortom, onze digitale leefwereld stelt ons voor grote uitdagingen, maar reikt ook mogelijke oplossingen aan.
INZICHT 1:
Mensen in kwetsbare situaties ervaren meer negatieve gevolgen van socialemediagebruik.
De impact van sociale media op ons mentaal welzijn is enerzijds moeilijk te meten en anderzijds is de nodige nuance en gelaagdheid vereist.
Het Zwitserse-kaas-model toont aan dat de effecten van sociale media op jongeren bestaan uit drie lagen die op elkaar inwerken: platformsignalen (zoals likes of platform-normen), de sociale omgeving (zoals thuis of school) en individuele gevoeligheden (zoals een verslavingsgevoeligheid of reguleringsproblematiek). Negatieve gevolgen voor het mentaal welzijn van een gebruiker ontstaan wanneer de ‘gaten’ in deze lagen samenvallen. Een jongere die bijvoorbeeld continu wordt geconfronteerd met weinig interacties op zijn posts, zich bevindt in een thuisomgeving die niet veilig is, en een mentale kwetsbaarheid heeft, kan depressieve gevoelens ontwikkelen. Het is zelden zo dat een van deze lagen doorslaggevend is of dat de gevolgen eenduidig zijn.
Een andere nuance is het terugbrengen van de gevolgen van sociale media tot één emotie. Verschillende gevoelens kunnen door het samenspel van de eerder vermelde lagen gelijktijdig ervaren worden. Jongeren kunnen zich tegelijk verbonden voelen én buitengesloten. Daarom werkt louter focussen – zowel onderzoeks- als beleidsmatig – op één emotie of ervaring misleidend; en schiet dit tekort in het verklaren van het breed scala aan affectieve reacties dat socialemediagebruik met zich kan meebrengen.
Een vaak vergeten, maar voor de hand liggende factor, is tijd. De affectieve effecten van sociale media zijn sterker in de beginfase en vlakken af door gewenning; ook seizoenen (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘winterdip’) en de ontwikkelingsfase van de jongere (bijvoorbeeld de puberteit) spelen een rol.
Socialemediaplatformen kunnen tot slot niet over eenzelfde kam worden geschoren. Onderzoek dat specifiek inzoomt op Snapchat-streaks (= het dagelijks sturen van een Snap), toont beperkte risico’s aan. Meisjes proberen vaker deze streaks te onderhouden.Het leidt echter zelden tot problematisch smartphonegebruik of FOMO (fear of missing out).
Maar ook hier gluurt het ‘AI-gevaar’ om de hoek. Socialemediaplatformen integreren allerhande AI-features. Snapchats MyAI bijvoorbeeld is een chatbot waarmee jongeren een gesprek kunnen aangaan. Onderzoek toont aan dat vooral jongere tieners plezier halen uit deze feature; maar onderschatten de risico’s (bijvoorbeeld bij het vragen naar advies rond gezondheid).
INZICHT 2:
Sociale media bieden een weinig divers beeld op de samenleving.
De schaduwzijde van sociale media krijgt vaak– terecht – veel aandacht. Toch kan socialemediagebruik ook een positieve impact hebben. Een terugkerend verhaal is dat socialemediaplatformen mensen een divers beeld op de samenleving bieden; een beeld dat we niet of maar beperkt te zien krijgen in de traditionele media.
De BodyPositivity-beweging stond zo geboekstaafd als een positieve evolutie in de (re)presentatie van verschillende lichamen die niet de perfectie nastreven. BoPo-posts stimuleren prosociaal, uiterlijk-gericht gedrag. Jongeren die deze beelden tegenkomen op hun feeds gaan positiever denken over hun eigen lichaam en minder kritisch zijn voor het lichaam van anderen. Al worden deze positieve gevolgen snel tenietgedaan door confrontatie met perfecte, al dan niet bewerkte, lichaamsbeelden – nog altijd de norm op sociale media en ook overheersend aanwezig in traditionele media. Toevallige blootstelling (unexpected appearance content) speelt een cruciale rol bij de beleving van het eigen lichaamsbeeld.
Ook de diversiteit aan ‘andere lichamen’ op sociale media blijkt tegen te vallen. Zichtbare verschillen, zoals bepaalde handicaps, blijven ondergerepresenteerd. Andere minderheden komen eveneens minder aan bod.
Verder vinden LGBTQI+-jongeren op sociale media nog steeds hun weg naar steungemeenschappen. Het netto-effect op korte termijn is vaak positief, maar op langere termijn kan het ook het stigma-bewustzijn verhogen. De stempel blijven dragen van ‘anders’ te zijn, kan zo het zelfbeeld beïnvloeden.
Tot slot domineert ‘blijheid’ en ‘gelukkig zijn’ op sociale media. Jongeren ervaren sociale druk om ‘blij’ te lijken. Al houdt dit weinig verband met hun algemene levenstevredenheid.
INZICHT 3:
Parasociale relaties vervangen echte contacten bij de aankoop van producten en het vormen van meningen.
‘Parasociaal’ werd eind 2025 uitgeroepen tot woord van het jaar door de Cambridge Dictionary. Parasociaal verwijst naar de eenzijdige band die iemand kan voelen met beroemdheden, fictieve personages, hun favoriete influencers, enzovoort. Hoewel deze vorm van relaties al ettelijke decennia bestaat (en ook onderzocht wordt), komen parasociale relaties meer voor in ons gedigitaliseerde en geplatformiseerde medialandschap.
Influencers en content creators bijvoorbeeld proberen een parasociale relatie op te bouwen met hun volgers. Ze creëren zo een vertrouwdheid, een bijna-vriendschap, wat volgers doet terugkomen, meer content consumeren en meer in interactie treden.
Tot hiertoe weinig tot geen problemen. Echter toont recent onderzoek aan dat parasociale relaties gedrag en meningen kunnen beïnvloeden. Als een volger een sterke band voelt met een influencer, is deze eerder geneigd om aangeprezen producten te kopen en zijn of haar mening aan te passen. De influencer moet geen enkele expertise bezitten over het product of de mening die hij/zij poneert. Bij vele zaken is dit relatief onschuldig, maar bij gezondheidsproducten (bijvoorbeeld wondermiddelen tegen een ziekte) of extreme politieke meningen (bijvoorbeeld radicalisering) kan dit verregaande gevolgen hebben.
Deze parasociale relaties worden nog aangegaan met echte mensen. Ook met AI-chatbots bouwen steeds meer mensen en vooral jongeren een band op. Jongeren staan minder kritisch tegenover de raad die deze bots hun geven en ervaren positieve emoties na zulke gesprekken. Jongeren vertrouwen AI-chatbots soms zeer persoonlijke en gevoelige informatie toe. Bovendien zijn deze gesprekken dermate gepersonaliseerd en vallen ze ook moeilijk te reguleren en te modereren.
INZICHT 4:
Digitale ontkoppeling is voor sommigen noodzaak, voor anderen luxe.
Algemeen beschouwd zien mensen zes alledaagse nadelen van een leven dat steeds meer gestructureerd wordt door onze digitale activiteiten: tijdverlies, afleiding, werk/school-thuis vervaging, negatieve vergelijkingen, nare interacties, en digitale vermoeidheid.
Iets waar we in de vorige monitor ook bij stilstonden, is het recht op digitale ontkoppeling. Het debat daarrond is nog niet gaan liggen. Vooral de dimensie van context komt centraler te staan. Zo is deconnectie voor sommige mensen binnen specifieke contexten geen luxe, maar broodnodig. Mensen die kampen met zelfregulatieproblemen (bijvoorbeeld ADHD) hebben meer nood aan ontkoppeling zo nu en dan. Mensen in kwetsbare situaties hebben dan weer minder reële opties om te ontkoppelen. Binnen sommige gezinnen is de smartphone de enige vorm van tijdverdrijf.
Het zou dan ook te makkelijk zijn om met de vinger te wijzen naar deze gebruikers. Digitale platformen – en vooral socialemediaplatformen – maken het gebruik bovendien invasief en vaak verslavend. Het is moeilijk te ontsnappen aan de constante stroom aan updates, en de dopamine-shots tijdens het scrollen leiden gebruikers steeds terug naar deze platformen.
Volledige ontkoppeling is niet haalbaar, maar ook niet wenselijk. Een meta-analyse concludeerde dat detox-periodes amper invloed hebben op onze gemoedstoestand en algemene levenstevredenheid. Het is eerder zaak om het digitale binnen bepaalde contexten in te perken.
Naast de invloed op het mentaal welzijn heeft het gebrek aan digitale ontkoppeling ook een impact op onze relaties. Technoference (= de onderbreking van sociale contacten door technologiegebruik) vormt een barrière om gesprekken op gang te houden en diepgang te geven. Gerichte interventies zoals bijvoorbeeld het smartphonegebruik aan tafel beperken, kan soelaas bieden. Actieve begeleiding werkt beter dan het opleggen van strikte regels. Het is dus beter om toe te lichten waarom iets niet gewenst is en waarom dit negatieve gevolgen kan hebben.
De media.monitor bundelt recente inzichten uit Vlaams onderzoek naar media. De focus van deze editie ligt op onderzoek dat gepubliceerd is in het kalenderjaar 2025. De inzichten zijn een startpunt voor een constructief debat tussen beleid, onderzoek en de mediasector.
Nieuw onderzoek en inzichten rond media in Vlaanderen in je mailbox?
Schrijf je in op onze nieuwsbrief!
Volg ons op LinkedIn.
Jouw onderzoek toevoegen? Geef het hier door.
